Wandgoot- en kabelkanaalsystemen

Opname van de kabelsystemen en de metalen energiezuilen in de veiligheidsmaatregelen.

Bepalingen voor beveiligingsmaatregelen
Aanraakbare, metalen onderdelen mogen ook in geval van storing niet onder spanning staan. Om deze reden is het noodzakelijk, beveiligingsmaatregelen te nemen. Deze zijn in actueel geldende normen vastgelegd. Voor de fabricage van de kabelinstallatiesystemen is de EN 50085-1 en de EN 50085-2-1 van toepassing, voor de installatie zelf de installatiebepalingen DIN VDE 0100 deel 410 en 540 (beveiligingsmaatregelen tegen gevaarlijke lichaamsstromen).

Verschillende installatiesoorten in de Europese norm
De Europese norm EN 50085-1 houdt rekening met verschillende installatiesoorten, die in de verschillende landen binnen de EU worden gebruikt. Terwijl vroeger voor installatiekanaalsystemen alleen potentiaalvereffeningstesten werden voorgeschreven, worden tegenwoordig in de geciteerde bouwdeelnormen randaardefuncties gevraagd. Dit komt omdat in bepaalde landen basisgeïsoleerde kabels in kanalen mogen worden geïnstalleerd.

Alle metalen componenten moeten worden opgenomen.
EN 50085-1 vereist: alle metalen componenten moeten worden opgenomen in de veiligheidsmaatregelen. De betreffende testen moeten door de fabrikanten worden uitgevoerd en door deze worden gedocumenteerd. De OBO installatiekanalen zijn bovendien door een extern instituut, de VDE, getest en gecertificeerd.

Testen van de functionaliteit door de installateur
De installateur moet de functionaliteit van de veiligheidsmaatregelen conform de DIN VDE 0100 deel 610 na de installatie controleren. Het aandraaimoment van de contactschroeven op de aardklemmen en de correcte montage van de koppelingen moeten zijn gewaarborgd.

Doorgaande  veiligheidsmaatregelen
Bij een onderbreking van het kanaal bij wanddoorvoeren is het in stand blijven van de veiligheidsmaatregelen vereist, omdat het kanaal in dit geval een vreemd, geleidend deel is, dat zich via verschillende ruimten door verschillende zones van het gebouw verspreidt.
Bij wandgoten van aluminium wordt de verbinding tussen de onderdelen met behulp van de koppeling gewaarborgd. De deksels verbinden zich zowel onderling als met het bodemdeel automatisch. Hierdoor is een doorgaande beveiliging zonder extra bedrading gewaarborgd.
Bij de LKM installatiekanalen metaal ontstaat een verbinding tussen deksel en bodemrdeel zonder een extra aardingsgeleider. De verbinding tussen de bodemdelen wordt gerealiseerd via de voegverbinders. Belangrijk: poedergecoate metalen deksels behoren niet tot de gemengde bouwwijze en gelden daarom niet als zijnde isolerend! Deze moeten dus in de beveiligingsmaatregelen worden opgenomen. De scheidingsschotten van plaatstaal zijn zelf-contactmakend. Ook vanuit het gezichtspunt van de capacitieve koppeling en de mogelijke statische opladingen moeten de metalen kanaaldeksels in de massafunctie worden opgenomen. Door deze afschermingsmaatregelen wordt elektro-smog gereduceerd en wordt over het algemeen een betere EMC-bescherming gerealiseerd. Massaverbindingen moeten worden vastgelegd. Bij een verandering van het systeem, bijv. bij uitbreidingen achteraf, is het van belang, dat de beveiligingsfuncties behouden blijven.